Identiteit
Parallelle namen
Commissariaat Acquisitie
Netherlands Foreign Investment Agency
Andere namen
CBIN
NFIA
Beschrijving
Bestaansperiode
Begindatum
1977
Einddatum
2003
Geschiedenis

Het Ministerie van Economische Zaken (EZ) is vanaf de jaren vijftig actief bezig geweest om buitenlandse bedrijven aan te trekken om naar Nederland te komen. In de begin jaren was dit beleid vooral gericht op de Verenigde Staten. EZ bleef hierbij achter de schermen. Het werk
werd voornamelijk uitgevoerd door het onafhankelijke Instituut voor Nederlands Amerikaanse Industriële Samenwerking (INAIS). EZ was voor het INAIS een belangrijkste bron van informatie over de Nederlandse industrie. Tevens was EZ verantwoordelijk voor de officieuze koers van het instituut. INAIS werd overigens wel door de overheid gefinancierd en had kantoren in Amsterdam, New York en enige tijd ook in Chicago. Het moest buitenlandse, ook niet-Amerikaanse, geïnteresseerde bedrijven benaderen en hulp aanbieden bij het vinden van de juiste wegen om een vestiging in Nederland te realiseren.
Tot circa 1959 was het beleid er vooral op gericht om zoveel mogelijk buitenlandse industriële ondernemingen aan te trekken. Hierbij werd geen onderscheid gemaakt in welke sector een mogelijk geïnteresseerde onderneming werkzaam was. Na 1959 werd een meer selectief beleid gevoerd en kreeg de INAIS de opdracht om te selecteren op sector om zo ook te anticiperen op de algehele schaarste op de arbeidsmarkt. Het doel werd om zoveel mogelijk buitenlandse belangstelling te creëren voor de ontwikkelingskernen in de achtergebleven
regio’s in Nederland. Het accent lag nu op ondernemingen die in technologisch gebied vooraan stonden, zoals de petroleumindustrie en de elektronische industrie. Deze sectoren werden als kansrijk gezien.
De activiteiten van het INAIS werden vanaf het begin van de jaren zestig afgebouwd. Men vond dat de bedrijvigheid in Nederland voldoende was gegroeid. In 1976 werd er in New York een industrial commissioner aangesteld, belast met het werven van Amerikaanse ondernemingen. Vanaf 1978 werd de acquisitie breder aangepakt met de oprichting van het Commissariaat Acquisitie, waaronder ook de commissioners en een Nederlandse afdeling vielen. De commissioners waren inmiddels ook in andere landen aanwezig, waaronder in Japan (Tokio). In 1983 werd de naam van het Commissariaat Acquisitie gewijzigd in het Commissariaat Buitenlandse Investeringen in Nederland (CBIN).

Functies en activiteiten

Het vormen en uitvoeren van het wervingsbeleid in binnen en buitenland met betrekking tot vesting en uitbreiding in Nederland van industriële en dienstverlenende bedrijven.

Coördinatie van overheidsaspecten m.b.t. deze projecten, projectbegeleiding en voorbereiding van overeenkomsten terzake.

Informeren en adviseren van bedrijfsleven in binnen- en buitenland over vestingsmogelijkheden en stimuleringsmaatregelen.

Bemiddeling bij joint-ventures en licentie-overeenkomsten.

 

De buitenlandse investeringen zijn belangrijk, want zij dragen bij aan het creëren van werk en welvaart in Nederland. Door de buitenlandse bedrijven kunnen Nederlandse bedrijven tevens een goede aansluiting behouden bij internationale netwerken. Overigens dragen de
buitenlandse investeringen ook bij aan een snellere introductie en verspreiding van nieuwe kennis en technologie. Bovendien houden ze het Nederlandse bedrijfsleven ‘scherp’.
Het CBIN concentreert zich voornamelijk op ‘footloose’ investeringen. Dit zijn investeringsprojecten die in een aantal landen terecht zouden kunnen komen en waarvoor Nederland een optie zou kunnen zijn. “Bedrijven maken hun vestigingsplaatskeuze op basis van de ‘match’ tussen de kenmerken van de diverse potentiële vestigingslocaties en de voor hun operaties belangrijkste locatiefactoren. ”Het CBIN en de lokale overheden spelen hierom maximaal in op de sterke kanten van het Nederlandse vestigingsklimaat. Voor Nederland zijn dit onder andere de geografische positie, de hoog opgeleide meertalige beroepsbevolking, de stabiele economie en de sterke internationale oriëntatie. De Nederlandse economie kent echter ook een aantal knelpunten, waarvan de niet geheel optimale exploitatie van de beschikbare kennis nu één van de belangrijkste is.
Het wervingsproces is in 5 fasen onder te verdelen:
• fase 1. Contacten genereren
• fase 2. Informatievoorziening
• fase 3. ‘Fact finding’
• fase 4. Realisatie
• fase 5. Nazorg

Het tot stand brengen van contacten (fase één) is één van de hoofdtaken van het CBIN en de primaire taak van de CBIN-kantoren in het buitenland. In de tweede fase is de informatievoorziening kenmerkend. Deze kan worden onderverdeeld in het vervaardigen van
promotiemateriaal (brochures, maar ook internetsites), het beantwoorden van vragen van bedrijven en het organiseren van voorlichtingsbijeenkomsten en seminars. Met name op het gebied van vervaardiging van promotiemateriaal wordt nauw samengewerkt met de regionale partners. Fase drie van het wervingsproces is de organisatie en uitvoering van ‘fact finding’-missies in Nederland. Wanneer het lukt om Nederland bij een buitenlandse onderneming in beeld te brengen en de ondernemer komt naar Nederland komt om de vestigingscondities te onderzoeken, wordt deze daarin begeleid door het CBIN, en de regionale en de lokale partners. Daarbij worden onder andere locaties bekeken, bezoeken afgelegd aan reeds gevestigde buitenlandse ondernemingen en presentaties gegeven door mogelijke dienstverleners en toeleveranciers. De fase vier (‘Realisatie’) en vijf (‘Nazorg’) zijn de primaire verantwoordelijkheid (geweest) van de regionale en lokale overheden.

Daarnaast is het CBIN belast met de volgende taken:
• Het informeren en adviseren van het bedrijfsleven in binnen- en buitenland over de vestigingsmogelijkheden en stimuleringsmaatregelen;
• Het informeren en adviseren van het bedrijfsleven in binnen- en buitenland over vestigingsmogelijkheden en stimuleringsmaatregelen;
• Het vormen en uitvoeren van het wervingsbeleid in binnen- en buitenland met betrekking;
• Tot de vestiging en uitbreiding van industriële en dienstverlenende bedrijven in Nederland;
• Het coördineren van de overheidsaspecten met betrekking tot deze projecten, projectbegeleiding en het voorbereiden van overeenkomsten ter zake;
• Het aantrekken van investeringen van buitenlandse bedrijven ter versterking van de Nederlandse industriële en dienstverlenende structuur;
• Het zorgdragen voor projectbegeleiding en voorbereiding van overeenkomsten ter zake;
• Het adviseren van het bedrijfsleven in binnen- en buitenland over vestigingsmogelijkheden en stimuleringsmaatregelen;
• Het coördineren van activiteiten van regionale en gemeentelijke overheden inzake het aantrekken van investeringen;
• Het signaleren van en reageren op ontwikkelingen in het Nederlandse investeringsklimaat in vergelijking tot het buitenlandse investeringsklimaat;
• Het vormgeven en uitvoeren van het wervingsbeleid in binnen- en buitenland betreffende de vestiging en uitbreiding in Nederland van industriële en dienstverlenende bedrijven;
• Het coördineren van overheidsaspecten met betrekking tot deze projecten, projectenbegeleiding en voorbereiding van overeenkomsten terzake;
• Het informeren van adviseren van bedrijfsleven in binnen- en buitenland over vestigingsmogelijkheden;
• Het bemiddelen bij joint-ventures en overnames.

Structuur

Het Commissariaat Acquisitie ressorteerde van 1978 - 1983 onder het Directoraat-Generaal voor Industrie (DGI). DGI behandelde alle aangelegenheden met betrekking tot de Nederlandse industrie. In 1983 werd de naam gewijzigd in CBIN. De taken bleven hetzelfde en de positie binnen het ministerie van Economische Zaken (EZ) ook. In 1986 vond er binnen het ministerie van EZ een reorganisatie plaats. Het DG I werd opgeheven en werd vervangen door het Directoraat-Generaal voor Industrie en Regionaal Beleid (DG IR). Het CBIN kwam onder dit nieuwe directoraat-generaal te vallen. De hoofdtaak van het DG IR was om naast het beleid ten aanzien van de industrie, zich ook te richten op het beleid ten aanzien van het regionale ontwikkelingen.
In 1993 vond wederom een organisatie plaats. Het CBIN werd nu geplaatst onder het Directoraat-Generaal voor Industrie en Diensten (DG ID). DG ID nam de taken over van het voormalig Directoraat-Generaal voor Industrie en Regionaal Beleid en van het Directoraat-Generaal voor Diensten, Midden- en Kleinbedrijf en Ordening. De voornaamste taak van het DG ID was het behandelen van aangelegenheden met betrekking tot de Nederlandse industrie en de commerciële dienstensector. Op 1 april 2001 werd het CBIN naar aanleiding van een nieuwe reorganisatie geplaatst binnen het Directoraat-Generaal voor Ondernemingsklimaat. Een kleine zes jaar later, in 2006 werd het CBIN verplaatst naar het
Directoraat-Generaal voor de Buitenlandse Economische Betrekkingen.

Organisatie
Het commissariaat bestond uit de volgende organisatieonderdelen:
Hoofdafdeling Acquisitie en Projectbegeleiding (1978), vanaf 1979 Afdeling Acquisitie en Afdeling Projectbeheer, vanaf 1980 Hoofdafdeling Acquisitie en Projectbeheer
• Afdeling Acquisitievoorbereiding (vanaf 1980-1984)
• Afdeling Projectbeheer (vanaf 1980-1984)
• Projectgroep Japan en West-Europa (vanaf 1983-1984)
• Projectgroep Amerika en overige landen (vanaf 1983-1984)

In 1985 werd dit gewijzigd in:
• Hoofdafdeling Acquisitie Voorbereiding en de Hoofdafdeling Projectbeheer
• Afdeling Projectbeheer West-Europa en Japan
• Afdeling Projectbeheer Noord-Amerika en andere landen.

De Industrial Commissioner zat vanaf de oprichting van het commissariaat in New York (Verenigde Staten). In 1982 kwamen daar nog twee kantoren bij in San Fransisco en Houston. In 1987 opende nog een kantoor in Los Angeles. Verder waren er kantoren in Tokio (Japan) en Den Haag.

In 1993 bestond het commissariaat uit de volgende organisatieonderdelen:
• Stafsecretariaat
• Eenheid Acquisitiebeleid
• Eenheid Projectbeheer
• Kantoren Industriële Attachés
• Den Haag
• Londen (Verenigd Koninkrijk)
• Tokio (Japan)
• Seoel (Zuid-Korea)
• New York, San Mateo, Chicago (Verenigde Staten)
• Ottawa (Canada)
• Singapore
• Taipei (Taiwan)

Het commissariaat is onderverdeeld in een nationaal en een internationaal gedeelte. De thuisbasis is in Den Haag gevestigd. Er is een netwerk van buitenkantoren in de belangrijkste herkomstlanden van uitgaande investeringen, namelijk de Verenigde Staten, Japan, Taiwan,
Korea, het Verenigd Koninkrijk, Hongkong en Singapore. In het buitenland opereert het CBIN onder de naam Netherlands Foreign Investment Agency (NFIA).

 

Algemene context

De werving van buitenlandse investeringen kenmerkt zich door een intensieve samenwerking tussen nationale, regionale en lokale organisaties die zich bezighouden met acquisitie. Naast het CBIN op nationaal niveau zijn hierbij op regionaal en lokaal niveau betrokken:
1. De vijf regionale ontwikkelingsmaatschappijen
• NOM = Noordelijke Ontwikkelingsmaatschappij (omvat de provincies Friesland, Groningen en Drenthe; 1974)
• OOM = Overijsselse Ontwikkelingsmaatschappij (1975)
• GOM= Gelderse Ontwikkelingsmaatschappij (1978)
• BOM = Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij (1983)
• LIOF = Limburgs Instituut voor Ontwikkeling en Financiering (1975)
2. Vijf provincies (Flevoland, Utrecht, Zeeland, Noord- en Zuid-Holland) en
3. De drie grote steden (Amsterdam, Rotterdam en Den Haag).
Daarnaast wordt – vooral bij logistieke projecten – samengewerkt met de Stichting Nederland Distributieland (NDL). Bij bepaalde  investeringsprojecten worden ook het Ministerie van Financiën en het Aanspreekpunt Grote Ondernemingen in Rotterdam ingeschakeld. Het CBIN vervult hierbij een coördinerende rol. Het onderhoudt hiervoor intensieve contacten met regionale en lokale instanties en bestuurders.

Relaties
Beheer
Identificatiecode van de instelling
Doc-Direkt
Publicatiestatus
Definitief
Niveau van detaillering
Gedeeltelijk
URL (permalink)
https://hdl.handle.net/10648/a4dc228b-5606-4d7c-96bf-17e4f2056f03
Bronnen

Nationaal Archief, Den Haag, Commissariaat Buitenlandse Investeringen in Nederland, nummer toegang 2.06.173