De algemene leiding van het Rijksmuseum te Amsterdam was in handen van een hoofddirecteur. Hij droeg ook zorg voor het algemeen beheer van het gebouw en was belast met personeelszaken. De in het Rijksmuseum gevestigde musea hadden daarnaast hun eigen directeuren, die volledige vrijheid op kunstzinnig terrein hadden. De hoofddirecteur hield wel contact met de kunsten, omdat hij tevens directeur van het Rijksmuseum van Schilderijen was. Vanaf de jaren 20 van de 20e eeuw had de hoofddirecteur de mogelijkheid om ook zelf het beleid ten aanzien van de kunst te kunnen bepalen. De controle op het beleid van de hoofddirecteur en de directeuren werd uitgeoefend door een Commissie van Toezicht, die ook een adviserende taak had in allerhande zaken betreffende het Rijksmuseum. De Commissie van Toezicht was ingesteld bij Koninklijk Besluit van 1883 en heeft gefunctioneerd tot en met 1922. Het archief van de commissie is fragmentarisch.