Nadat in 1963 de Wet beroep administratieve beschikkingen (Wet BAB) in werking was getreden, hadden burgers de mogelijkheid om in beroep te gaan beschikkingen van de centrale overheid. In het proces voorafgaand aan het opstellen van de Wet BAB was al duidelijk geworden dat dit niet definitieve afsluiting was over bestuursrechtelijke rechtsbescherming.
Daarom werd in 1965 de Commissie verhoogde rechtsbescherming met betrekking tot beschikkingen van organen van lagere overheidslichamen (Commissie Wiarda) ingesteld. De commissie kreeg tot taak na te gaan in hoeverre het mogelijk en wenselijk was de rechtsbescherming met betrekking tot beschikkingen van organen van lagere overheidslichamen op het niveau van de door de Wet BAB geboden voorzieningen te brengen.
Het eindrapport van de commissie werd op 8 december 1967 aangeboden aan de regering. Het bleek uiteindelijk de aanzet tot de Wet administratieve rechtspraak overheidsbeschikkingen (Wet Arob) die per 1 juli 1976 die Wet BAB verving. Hierdoor werd het mogelijk om tegen bijna alle overheidsbeschikkingen in beroep te gaan.