Het Project Invoering Gekozen Burgemeester (IGB) is in januari 2003 opgetuigd met als doel het kabinet (Balkenende I en II) en de Kamers te ondersteunen bij het wijzigen van de grondwettelijke aanstellingswijze van de burgemeester. Dit was een 'kroonjuweel' van D66 met als doel het burgermeesterschap te democratiseren.
De aanstellingswijze was in 1851 vastgelegd in de grondwet en kon daarom enkel met een grondwetswijziging herzien worden. Om dit te bewerkstelligen werd een minister zonder portefeuille in het leven geroepen: de Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties (BVK), in samenwerking met het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). Het Project IGB werd ondergebracht bij het Directoraat-Generaal Openbaar Bestuur (DGOB) gedurende 2003, daarna bij diens taakopvolger het Directoraat-Generaal Koninkrijksrelaties en Bestuur (DGKB).
Het Project IGB liep de facto op zijn einde op 22 maart 2005 toen de Eerste Kamer tegen de benodigde grondwetswijziging stemde in wat bekend werd als 'de nacht van Van Thijn'. Als direct gevolg hiervan stapte de minister voor BVK een dag later op. Het Project had door de juridische onmogelijkheid van haar doel geen inhoudelijk bestaansrecht meer, ook al bleef het formeel nog langer te boek staan vanwege openstaande financiƫle en personele verplichtingen. Eind 2006 was het Project IGB volledig opgedoekt.