Matthijs den Berger werd op 15 maart 1743 door Gecommitteerde Raden in West-Friesland en het Noorderkwartier aangesteld tot opzichter van 's Lands Werken op het Eijerland, alsmede tot 'provisionele' opzichter van 's Lands Werken op Vlieland en Terschelling. In 1747 werd hij door Gecommitteerde Raden benoemd tot opzichter van de Schans en commies van het magazijn op Texel. Den Berger is ook op andere eilanden werkzaam geweest, bijvoorbeeld op Wieringen en Urk. Hij overleed in 1762.