Carl Gotfried Voorhelm Schneevoogt (1802-1877) was lid van een Haarlems doopsgezind geslacht dat al twee eeuwen succesvol bloembollen kweekte en exporteerde. De kwekerij was gevestigd aan de Kleine Houtweg. In 1838 startte Voorhelm Schneevoogt een eigen bedrijf samen met de beroemde landschapsarchitect J. D. Zocher, nadat de kwekerij van zijn vader was overgenomen door de familie Krelage. Daarnaast was hij volop bestuurlijk actief in Haarlem, o.a. bij de Doopsgezinde Gemeente, de muziekvereniging Toonkunst, als voorzitter-regent van het Sint Elisabeths Gasthuis of Groote Gasthuis en als directeur van de Teylers Stichting. Hij trouwde in 1827 met Sita van der Vlugt, uit een andere invloedrijke Haarlemse doopsgezinde familie. Vanaf 1827 tot aan het overlijden van zijn vrouw in 1865 woonde het echtpaar, dat kinderloos bleef, aan de Nieuwe Gracht 6. Daarna woonde hij als weduwnaar aan de Grote Houtstraat 4. Na het overlijden van zijn vrouw begint Voorhelm Schneevoogt met het verzamelen van prenten van Haarlemse kunstenaars. Haarlems betekende in dit geval óf geboren én werkzaam geweest in Haarlem óf langere tijd werkzaam geweest in Haarlem. Hij leerde al verzamelend en studerend veel over de prentkunst en hij geldt zelfs als een autoriteit op dit gebied. In 1873 publiceerde hij een beredeneerde catalogus over alle naar Rubens gegraveerde prenten. Tot op de dag van vandaag geldt deze publicatie als basis voor onderzoek naar het werk van deze beroemde Vlaamse meester. De collectie van prenten van C.G. Voorhelm Schneevoogt fungeert, tezamen met die van o.a. het Rijksprentenkabinet en het Teylers Museum, als één van de referentiecollecties voor F.W.H. Hollstein, Dutch and Flemish etchings, engravings and woordcuts 1450-1700 en de opvolger, de New Hollstein, dé naslagwerken op het gebied van de Nederlandse grafische kunst uit de periode ca. 1450-1700.