De Commissie van bijstand in het beheer van het Grondbedrijf was belast met het houden van toezicht en het geven van advies. Het was een vaste raadscommissie. Alleen leden van de gemeenteraad konden lid van de commissie zijn. Aan de commissie werd geen besturende bevoegdheid toegekend; die bleef bij het College van Burgemeester en Wethouders berusten. De taak was veelal beperkt tot het geven van advies aan het genoemd college.