De Adviescommissie crematie, ook wel bekend als de Derde commissie Kan, werd in 1964 ingesteld. Deze regeringscommissie kreeg de opdracht om een advies uit te brengen op de vraag, of en zo ja, in hoeverre bij algehele herziening van de Wet op de lijkbezorging de bestaande beperkende bepalingen ten aanzien van de crematie zouden kunnen vervallen, dan wel te wijzigen. Het adviesrapport van de commissie uit 1965 leidde uiteindelijk tot de wettelijke gelijkstelling van cremeren en begraven in Nederland.
De commissie volgende op eerdere commissies over dit onderwerp, namelijk de Commissie van advies inzake herziening van de begrafeniswet (Eerste commissie Kan) (1949-1950) en de Commissie tot herziening van de Wet op de lijkbezorging (Tweede commissie Kan) (1954-1957).
De commissie bestond uit de volgende leden:
- Mr. J.M. Kan, lid van de Raad van State (Voorzitter)
- Mevrouw A. Fortanier-de Wit, oud-lid van de Tweede Kamer
- J. Hasper, voorzitter van de Crematoriumvereniging Nederland
- Prof. Mr. Dr. J.J. Loeff, secretaris van de R.K. kerkprovincie in Nederland
- Mr. M.G. Rood, lid van het hoofdbestuur van het Humanistisch Verbond
- J.H. Scheps, lid van de Tweede Kamer
- Dr. H.W. Tilanus, oud-lid van de Tweede Kamer
- Prof. Mr. Th. A. Versteeg, lid van de Tweede Kamer
- Mr. Dr. H.M.J. Wagenaar, secretaris van het interkerkelijk contact in overheidsaangelegenheden.
Secretaris van de commissie was Mr. Dr. W.K.J.J. van Ommen Kloeke, referendaris bij het ministerie van Binnenlandse Zaken. Adjunct-secretaris was J. Baak, commies bij het ministerie van Binnenlandse Zaken.