Overzicht relaties

Hierarchisch bovenliggend
Voorgangers en opvolgers
Beschrijving
Bestaansperiode
Begindatum
1942
Einddatum
1955
Functies en activiteiten

De gerechtshoven oordeelden in burgerlijke zaken:

-in eerste aanleg en in het hoogste ressort:

over jurisdictiegeschillen, welke niet bij de Hoge Raad of de arrondissementsrechtbanken behoorden;

over alle aan hoger beroep aan het hof onderworpen geschillen, binnen het rechtsgebied vallende, wanneer partijen de rechtsmacht van het hof nauwelijks inriepen;

-in hoger beroep:

over de voor beroep vatbare zaken door de arrondissementsrechtbanken binnen hun rechtsgebied in eerste aanleg besliste;

over de zaken, door de pachtkamers van de kantongerechten besliste;

-na verwijzing in cassatie:

over de door de Hoge Raad naar de hoven verwezen zaken;

De behandeling van de zaken geschiedde uitsluitend door de

pachtkamer van het gerechtshof te Arnhem, bestaande uit drie raadsheren en twee door de Koningin benoemde niet tot de rechterlijke macht behorende personen, die deskundig waren ten aanzien van de verhoudingen op pachtgebied; een der raadsheren trad als voorzitter op.

 

De gerechtshoven oordeelden in strafzaken:

-in eerste aanleg en in het hoogste ressort:

over jurisdictiegeschillen, welke niet bij de Hoge Raad of de arrondissementsrechtbanken behoorden;

-in hoger beroep:

over de daarvoor vatbare zaken, waarin door de arrondissementsrechtbanken binnen het rechtsgebied in eerste aanleg was gevonnist;

Van vonnissen in politieke zaken, waarvan na de opheffing van een bijzonder gerechtshof, de rechtbank kennis nam, was geen hoger beroep bij het gerechtshof mogelijk.

Met de berechting van economische delicten in hoger beroep waren uitsluitend de economische strafkamers van de gerechtshoven belast.

 

De gerechtshoven oordeelden na verwijzing in cassatie of herziening:

over de door de Hoge Raad naar de hoven verwezen zaken.

Elk gerechtshof adviseerde de Koningin over de verzoeken om gratie van straffen, door dat hof opgelegd.[1]

 

 

Structuur

Er waren vijf gerechtshoven, gevestigd te 's-Hertogenbosch, Arnhem, ’s-Gravenhage, Amsterdam en Leeuwarden.
Het rechtsgebied van het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch strekte zich uit over de arrondissementen, waar de hoofdplaatsen waren gelegen in Noord-Brabant en Limburg; dat van het gerechtshof te Arnhem over de arrondissementen, waar de hoofdplaatsen waren gelegen in Gelderland en Overijssel; dat van het gerechtshof te 's-Gravenhage over de arrondissementen, waar de hoofdplaatsen waren gelegen in Zuidholland en Zeeland; dat van het gerechtshof te Amsterdam over de arrondissementen, waar de hoofdplaatsen waren gelegen in Noord-Holland en Utrecht; dat van het gerechtshof te Leeuwarden over de arrondissementen, waar de hoofdplaatsen waren gelegen in Friesland, Groningen en Drenthe. Het rechtsgebied van het gerechtshof te Arnhem strekte zich evenwel over het gehele land uit, voor zover betreft het hoger beroep in zaken, beslist door de pachtkamers van de kantongerechten.[2]

 

 

Relaties
Bovenliggend niveau
Naam Periode Beschrijving
Burgerlijke Rechterlijke macht (Justitie) 1942 tot 1955
Beheer
Identificatiecode van de instelling
Nationaal Archief
Publicatiestatus
Definitief
Niveau van detaillering
Gedeeltelijk
URL (permalink)
https://hdl.handle.net/10648/1c5bbe08-f778-40ab-8ab6-9b2bd64b33ff
Bronnen

[1] Staatsalmanak 1953

[2] Ibidem