Overzicht relaties

Hierarchisch bovenliggend
Voorgangers en opvolgers
Identiteit
Parallelle namen
Stichting Pensioen- en Verzekeringskamer
Beschrijving
Bestaansperiode
Begindatum
1923
Einddatum
1992
Functies en activiteiten

De Verzekeringskamer oefende toezicht uit op het particuliere levensverzekeringbedrijf; de verantwoordelijkheid bleef berusten bij de ondernemingen, de Staat was niet aansprakelijk. De Verzekeringskamer was bevoegd, in het belang van de verzekerden, aan de verzekeraars adviezen te geven. Bij niet-opvolging van dat advies kon publicatie volgen. De verzekeraar kon zich bij de Kroon tegen de publicatie verzetten. De Kroon besliste, de Raad van State gehoord. De verzekeraars moesten aan de Verzekeringskamer inlichtingen verschaffen. De Verzekeringskamer had uitgebreide enquête-bevoegdheden. Zij speelde een rol bij de overdracht van portefeuilles en had de leiding bij de behandeling van de maatschappijen ten aanzien waarvan door de rechter werd bepaald, dat zij bijzondere voorziening behoefden.

Tevens was aan de Verzekeringskamer de bevoegdheid verleend om van het verbod van het afsluiten van bouwkasovereenkomsten ontheffing te geven.

Houdende vaststelling van een regeling betreffende verplichte deelneming in een bedrijfspensioenfonds, diende de Verzekeringskamer de Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid van advies ter zake van in deze wet genoemde aangelegenheden, de bedrijfspensioenfondsen betreffende, en was zij belast met de uitoefening van een zeker toezicht op deze instellingen.

De taak welke de Verzekeringskamer was opgelegd bij de Pensioen- en Spaarfondsenwet 1952 bestond in het geven van adviezen aan de Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid in de in deze wet genoemde gevallen en het uitoefenen van toezicht op de pensioenfondsen. Voor de uitvoering van de taken, bij of krachtens deze wet en de Wet betreffende verplichte deelneming in een bedrijfspensioenfonds aan de Verzekeringskamer opgelegd, waren aan de Verzekeringskamer deskundigen op sociaal-economisch gebied toegevoegd. Bij de Wet van 16 september 1954, houdende invoering van een leeftijdsgrens voor het notarisambt en oprichting van een notarieel pensioenfonds, was het toezicht van de Verzekeringskamer op dit pensioenfonds geregeld.

Tevens trad de Verzekeringskamer op als adviseur van de Minister van Volkshuisvesting en Bouwnijverheid en als toezichthoudend lichaam op de in dit besluit bedoelde bemiddelende organen. [1]

 

 

Structuur

De Verzekeringskamer bestond uit een door de Kroon te bepalen aantal leden, en een secretaris. De Verzekeringskamer werd ingesteld bij de Wet op het Levensverzekeringbedrijf (22 december 1922, Stb. 716). De Verzekeringskamer voerde de taken uit, haar opgedragen bij of krachtens de Wet op het Levensverzekeringbedrijf (22 december 1922, Stb. 716), de Wet Voorlopige Voorzieningen Bouwkassen (Stb. 1946, G 331), de Wet betreffende verplichte deelneming in een bedrijfspensioenfonds (Stb. 1949, J 121), de Pensioen- en spaarfondsenwet (Stb. 1952, 275), de Wet tot invoering van een leeftijdsgrens voor het notarisambt en oprichting van een notarieel pensioenfonds (Stb. 1954, 407), het besluit bevordering eigenwoningbezit (Stb. 1956, 273), de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (Stb. 1963, 228), de Wet op het schadeverzekeringsbedrijf (Stb. 1964, 409) en de Wet verplichte deelneming in een beroepspensioen- regeling (Stb. 1972, 400).[2]

Per besluit 1 januari 1987 verschoven vanuit Justitie naar Financiën.

Per besluit 1 september 1992 omgezet in ZBO (voorheen al zelfstandig lichaam)

In 2004 gefuseerd met de Nederlandsche Bank.

Relaties
Opvolgers
Naam Jaar van overgang Beschrijving
Stichting Pensioen- en Verzekeringskamer (Financiën) 1992
Bovenliggend niveau
Naam Periode Beschrijving
Ministerie van Justitie II 1923 tot 1987
Beheer
Identificatiecode van de instelling
Doc-Direkt
Publicatiestatus
Definitief
Niveau van detaillering
Gedeeltelijk
URL (permalink)
https://hdl.handle.net/10648/cce7a30b-c27c-4bb1-977e-03f78a1b99c4
Bronnen

[1] Staatsalmanak 1961

[2] Staatsalmanak 1974