De Vijfde Afdeling had taken omtrent:
- Dienst van de Zuivel –en Rijksveeteeltconsulenten;
- Rijkszuivelschool;
- de kosten van examens aan de Rijkszuivelschool en de landbouwscholen, cursussen hoefbeslag, cursussen over kennis van het paard, het rund, het varken, de geit en het schaap, in gezondheidsleer van het vee en in pluimveeteelt en melkcursussen;
- cursussen voor de getuigschriften van onderwijzer in praktisch hoefbeslag en in pluimveeteelt;
- de zuivelcommissies in de verschillende provincies;
- binnen –en buitenlandse aangelegenheden van technische en wetgevende aard op het gebied van het zuivelwezen;
- uitvoering van de Boterwet;
- de dienst van de ambtenaren op de Rijkszuivelinspectie;
- het Rijkszuivelstation;
- de Botermerkenwet en de Kaasmerkenwet;
- de Landbouwuitvoerwet 1929;
- het Rijkstoezicht op de boter –en kaascontrolestations;
- de Rijksbotermerkencommissies;
- de Commissie van Toezicht op de Vereniging Het Kaasmerk;
- subsidies en andere uitgaven ten behoeven van de rundvee-, varkens-, schapen –en geitenfokkerij en van de pluimvee –en bijenteelt;
- Rijksinstituut voor de pluimveeteelt;
- voeder –en selectieproeven met rundvee en kleinvee;
- trekhondenfokkerij;
- uitvoering van de Paardenwet 1918 en subsidies ten behoeven van de paardenfokkerij;
- de Rijkslandbouwproefstations voor wetenschappelijk onderzoek te Hoorn.[2]