Overzicht relaties

Hierarchisch bovenliggend
Voorgangers en opvolgers
Identiteit
Parallelle namen
Tiende Afdeling Adel
Beschrijving
Bestaansperiode
Begindatum
1853
Einddatum
ca. 1859
Geschiedenis

In 1853 werden de bevoegdheden van de Hoge Raad van Adel overgedragen naar Binnenlandse Zaken. De Grondwet van 1814 (artikel 42) kende de Soevereine Vorst het recht toe tot verheffing in de adelstand. In hetzelfde jaar werd de Hoge Raad van Adel ingesteld, die rechtstreeks aan de Koning adviseerde. Met ingang van 1853 gaf de raad zijn adviezen aan de minister van Binnenlandse Zaken. De raad adviseerde onder meer over alle adelszaken (waaronder verzoeken om naamswijziging bij adellijke geslachten) en over wapens van publiekrechtelijke lichamen.[1]

Per 1 januari 1853 werden de ambtenaren van de Hoge Raad van Adel allemaal ontslagen. Mr. W.J. baron d'Ablaing van Giessenburg, tot dan lid van de Raad, werd benoemd tot referendaris van de (10e) afdeling Adel.[2]

Functies en activiteiten

De afdeling was belast met:

– het doen van voordrachten aan de Koning(in) tot benoeming, erkenning, inlijving en

verheffing in de Nederlandse adel;

– vervaardigen van adelsdiploma's;

– het bijhouden van het Register van de Nederlandse adel en de daarbij behorende

filiatieregisters;

– het doen van voordrachten aan de Koning(in) tot vaststelling van de wapens van

publiekrechtelijke lichamen, waaronder het Rijkswapen en het grootzegel;

–vervaardigen van wapendiploma's;

– het doen van voordrachten aan de Koning(in) tot vaststelling van standaarden en wapens

van het Koninklijk Huis;

– het doen van voordrachten aan de Koning(in) tot vaststelling en verandering van adellijke

geslachtsnamen;

– het doen van voordrachten aan de Koning(in) tot benoeming en ontslag van leden en secretaris van de Hoge Raad van Adel;

– regeling van de werkzaamheden van de Hoge Raad van Adel;

– het verstrekken van inlichtingen aan derden op genealogisch en heraldisch gebied.[3]

Structuur

Vóór 1853 werden adelszaken behartigd door de afdelingen Kabinet en Binnenlands Bestuur (alsmede de Hoge Raad van Adel), rond 1859 ging de taak over naar het Ministerie van Justitie.

Relaties
Opvolgers
Naam Jaar van overgang Beschrijving
6e Afdeling (Justitie) 1859
Bovenliggend niveau
Naam Periode Beschrijving
Ministerie van Binnenlandse Zaken 1853 tot 1859
Archieven
Archiefbewaarplaats Toegangsnummer Titel
Nationaal Archief 2.04.49 BiZa / Adelszaken
Beheer
Identificatiecode van de instelling
Nationaal Archief
Publicatiestatus
Definitief
Niveau van detaillering
Gedeeltelijk
URL (permalink)
https://hdl.handle.net/10648/61a78cb9-9c43-431d-b408-63011a0af3fd
Bronnen

[1] F.J.M. Otten, Gids voor de archieven van de ministeries en de Hoge Colleges van Staat 1813-1940 (Den Haag 2004) 330-331.

[2] H.A.J. van Schie, ‘Beschrijving van het archief. Archiefvorming. Geschiedenis van de archiefvormer’, Inventaris van het archief van het Ministerie van Binnenlandse Zaken: 10e Afdeling Adelszaken, 1853-1859 2.04.49 (Nationaal Archief 1986).

[3] Idem.