Overzicht relaties

Hierarchisch bovenliggend
Voorgangers en opvolgers
Identiteit
Parallelle namen
Zevende Afdeling
Beschrijving
Bestaansperiode
Begindatum
1939
Einddatum
1940
Geschiedenis

In 1939 werd het bureau Rijkstucht- en opvoedingswezen (onderdeel van de 3e afdeling) opgewaardeerd tot 7e afdeling. De taken omtrent het Rijkstucht- en opvoedingswezen waren in het begin van de twintigste eeuw uitgebreid doordat de Kinderwetten uit 1905 inwerking traden. Daarbij werd het kinderstrafrecht herzien: als nieuwe straf voor minderjarigen gold de plaatsing in een tuchtschool; als vrijheidsbenemende maatregel gold de terbeschikkingstelling van de regering, waarmee de opvoeding van de delinquent werd beoogd. Dit laatste kon gebeuren in een rijksopvoedingsgesticht dan wel een particulier gesticht. Toezicht werd uitgeoefend door een Algemeen College van Toezicht, dat tevens fungeerde als adviescollege voor de minister, die het opperbeheer voerde. Voorts regelde één van deze wetten het gezag van ouders en voogden en de instelling van voogdijraden. De 7e afdeling had onder andere bemoeienis met deze voogdijraden en met de subsidiëring van op het terrein van de kinderbescherming werkzame particuliere instellingen.[1]

 

 

Functies en activiteiten

De 7e Afdeling had taken omtrent:

- Rijkstucht –en opvoedingswezen;

- het beheer van de tuchtscholen en Rijksopvoedingsgestichten;

- het personeel van deze gestichten;

- de geestelijke en materiële verzorging van de verpleegden;

- opleiding en reclassering (voorwaardelijk en onvoorwaardelijk ontslag en voorwaardelijke invrijheidsstelling);

- voogdijraden;

- toezicht op de verpleging in particuliere opvoedingsgestichten en in gezinnen;

- observatiehuizen;

- overdracht van de beschikking van de Regering gestelde minderjarigen aan particuliere zorg;

- voorwaardelijk en onvoorwaardelijk ontslag van deze minderjarigen;

- subsidiëring van het op het terrein van de Kinderwetten werkzame rechtspersonen;

- ondertoezichtstelling;

- voorwaardelijke veroordeling van strafrechtelijke minderjarigen;

- wat verder betrekking heeft op de uitvoering van de Kinderwetten.[2]

 

 

Relaties
Voorgangers
Naam Jaar van overgang Beschrijving
3e Afdeling (Justitie) 1939 De taken van het Rijkstucht- en opvoedingswezen zijn opgegaan / afgeplitst in de 7e Afdeling.
Bovenliggend niveau
Naam Periode Beschrijving
Ministerie van Justitie 1939 tot 1940
Beheer
Identificatiecode van de instelling
Nationaal Archief
Publicatiestatus
Definitief
Niveau van detaillering
Gedeeltelijk
URL (permalink)
https://hdl.handle.net/10648/4a787ff0-d7db-49af-8bd9-7e6e7c197bf3
Bronnen

[1] F.J.M. Otten, Gids voor de archieven van de ministeries en de Hoge Colleges van Staat 1813-1940 (Den Haag 2004) 325 en 328.

[2] Staatsalmanak 1940.