Beschrijving
Bestaansperiode
Begindatum
1869
Einddatum
1881
Geschiedenis

In 1870 ging de Administratie van 's Rijks Uitgaven, waar de rijksbegroting werd samengesteld, op in de Generale Thesaurie, die onder meer het toezicht uitoefende op het financieel beheer in alle takken van de staatsdienst. De afdeling was tevens belast met de administratie en het beheer van borgtochten van comptabele ambtenaren en van kapitalen. De borgtochten werden ingebracht door particulieren, bedrijven en instanties als waarborg en zekerheidsstelling wegens afgesloten contracten of verleende concessies en vergunningen. De waarborgkapitalen werden teruggestort zodra was voldaan aan de in de verleende vergunning of concessie gestelde eisen. Uiteindelijk ontwikkelde de Thesaurie zich steeds meer tot de centrale administratie binnen het departement. In 1881 werd de Thesaurie dan ook opgewaardeerd van afdeling tot Administratie, samengesteld uit een wisselend aantal bureaus.[1]  

Functies en activiteiten

De afdeling Generale Thesaurie had taken omtrent:

- Behandeling van de gehele staatsbegroting in overleg met de departementen van

algemeen bestuur en samenstelling met name van de hoofdstukken I, II, VII en XII

(onvoorziene uitgaven). Opmaak van de middelenwetten.

- Toezicht op het financieel beheer in alle takken van staatsdienst; controle op de

boekhouding van departementen, diensten en bedrijven. Kredietopening voor

rijksorganen, provincies en gemeenten.

- Opmaak van rekeningen van rijksontvangsten en -uitgaven.

- Regelingen van het binnenlands geldverkeer; toezicht op het geld-, bank- en kredietwezen; internationaal betalingsverkeer.

- Uitgifte en beheer van staatsleningen, regulering van de nationale schuld.

- Toezicht op en uitvoering van wettelijke bepalingen door onder het departement gestelde

diensten: Administratie van de Grootboeken van de Nationale Schuld en van de Rentebetaling; Agentschap van het Ministerie van Financiën, Administratie van de Publieke Schatkist; de Rijksmunt; het Rijksinkoopbureau. Toezicht op en overleg met de Nederlandse Bank, veelal via de koninklijke commissaris.

- Uitvoering geven in financiële zin aan wetten waarbij tevens andere departementen zijn

betrokken (op het gebied van: bijzondere fondsen, spoorwegen, middenstandskrediet,

staatsgaranties, sociale woningbouw, werkverruiming, exportkredietverzekering,

crisiszaken etc.).

- Pensioenen ten laste van de staat.[2]

Relaties
Voorgangers
Naam Jaar van overgang Beschrijving
2e Afdeling Generale Thesaurie (Financiën) 1869
3e Afdeling Administratie van ’s Rijks Uitgaven (Financiën) 1869 Alle taken omtrent de het beheer van de ontvangsten en uitgaven van het Rijk zijn opgegaan / afgesplitst in de Afdeling Generale Thesaurie.
Opvolgers
Naam Jaar van overgang Beschrijving
Administratie van de Generale Thesaurie (Financiën) 1881
Bovenliggend niveau
Naam Periode Beschrijving
Ministerie van Financiën 1869 tot 1881
Beheer
Identificatiecode van de instelling
Nationaal Archief
Publicatiestatus
Definitief
Niveau van detaillering
Gedeeltelijk
URL (permalink)
https://hdl.handle.net/10648/8850bd84-80ec-4dd8-b31b-0ac73335dccb
Bronnen

[1] F.J.M. Otten, Gids voor de archieven van de ministeries en de Hoge Colleges van Staat 1813-1940 (Den Haag 2004) 295 en 303-304.

[2] A. M. Tempelaars, ‘Beschrijving van het archief. Archiefvorming. Geschiedenis van de archiefvormer. 1. De organisatie van het Ministerie van Financiën’, Inventaris van de verbaalarchieven van het Ministerie van Financiën: Agenda''s en Toegangen, 1831-1935 2.08.05.01 (Nationaal Archief 1986).