Overzicht relaties

Hierarchisch bovenliggend
Voorgangers en opvolgers
Beschrijving
Bestaansperiode
Begindatum
1928-09-01
Einddatum
ca. 1940-06-01
Geschiedenis

De Raad van Defensie was in 1908 ingesteld en bestond tot juni 1940 en werd bij de algehele ontmanteling van de Nederlandse Defensieorganisatie tijdens de eerste bezettingsperiode ook officieel of officieus ontbonden.[1][2]

 

 

Functies en activiteiten

De Raad van Defensie gaf, behalve in geval van mobilisatie, de ministers van Oorlog en Marine advies over:
a) alle belangrijke ontwerpen van wet die betrekking hadden of verband hielden met de beginselen waarnaar de verdediging of de weermiddelen van de Staat moesten worden vastgesteld,
b) ontwerpen van algemene maatregelen van bestuur of Koninklijke Besluiten betreffende "belangrijke aangelegenheden" betrekking hebbend op de Defensie,

c) alle zaken waarover de genoemde ministers advies wenselijk zouden achten.
De Raad van Defensie was een permanent college ten aanzien van de zee- en landmacht en de overige weermiddelen van de Staat.[3][4]

 

 

 

Mandaten/Gezagsbronnen

De Raad van Defensie werd ingesteld bij Koninklijk Besluit van 16 April 1908 n°. 79 (Stc. n°. 93), gewijzigd bij  Koninklijk Besluit van 1 Sept, 1915 n°. 12 (Stc. n°.  218), 1 Nov. 1916 (Stc. n°. 278), 30 Dec. 1922 n°. 62 (Stc. 1923 n°. 19) en 11 Februari 1928 n°. 37 (Stc. n°. 34).[5]

 

 

Structuur

In de Raad van Defensie hadden in hun hoedanigheid als zodanig zitting de commandant van het veldleger tevens commandant van de vesting Holland; de chef van de generale staf of bij diens ontstentenis een door de Minister van Defensie aan te wijzen hoofdofficier van de generale staf; de commandant van de stelling van Den Helder en de aangewezen commandant in Zeeland; de chef van de marinestaf, of bij ontstentenis, de chef van het bureau Staf aan het Departement van Defensie; vier door de Koningin aan te wijzen niet-militaire leden; de inspecteurs van de wapenen en de hoofden van dienstvakken, ressorterende onder het Departement van Defensie, en een door de Kroon aan te wijzen actief of gepensioneerde vlag- of hoofdofficier van de zeemacht. De Minister van Defensie had het recht om de vergadering bij te wonen, in welk geval hij voorzitter en stemgerechtigd lid van de betrokken afdeling was.
De Raad van defensie had drie afdelingen: de eerste afdeling, competent in algemene defensiezaken, de tweede afdeling, competent in Landmacht-aangelegenheden, de derde afdeling, competent in zeemacht-aangelegenheden.[6][7] 

 

 

Relaties
Voorgangers
Naam Jaar van overgang Beschrijving
Raad van Defensie 1928-09-01
Bovenliggend niveau
Naam Periode Beschrijving
Ministerie van Defensie 1928-09-01 tot 1940-06-01
Beheer
Identificatiecode van de instelling
Nationaal Archief
Publicatiestatus
Definitief
Niveau van detaillering
Gedeeltelijk
URL (permalink)
https://hdl.handle.net/10648/15244832-0d43-4863-a6c9-1bfb91cb1f47
Bronnen

[1] F.J.M. Otten, Gids voor de archieven van de ministeries en de Hoge Colleges van Staat 1813-1940 (Den Haag 2004) 224.

[2] H.H. Jongbloed, H.E.M. Mettes, Inventaris van het archief van de Raad van Defensie, 1908-1939; Commissie inzake Samenwerking van Land- en Zeemacht, 1903-1908. Nummer archiefinventaris: 2.13.62.04 Nationaal Archief, Den Haag 1990

[3] Ibidem

[4] Staatsalmanak 1940

[5] Ibidem

[6] Ibidem

[7] H.H. Jongbloed, H.E.M. Mettes, Inventaris van het archief van de Raad van Defensie, 1908-1939; Commissie inzake Samenwerking van Land- en Zeemacht, 1903-1908. Nummer archiefinventaris: 2.13.62.04 Nationaal Archief, Den Haag 1990