Beschrijving
Bestaansperiode
Begindatum
1922
Einddatum
1933
Geschiedenis

De Afdeling Pensioenen (1904 t/m 1922) en de Afdeling Erediensten (1871 t/m 1922) werden in 1922 samengevoegd tot de Afdeling Pensioenen en Erediensten. De afdeling bleef tot 1933 bleef voortbestaan. In dat jaar gingen de pensioentaken over op het Ministerie van Binnenlandse Zaken en werden de erediensten opgenomen in de Generale Thesaurie.[1]

 

 

Functies en activiteiten

De afdeling had taken omtrent:

- pensioenenzaken;

- uitvoering van de pensioenwetten;

- toezicht op de uitvoering van de Pensioenwet 1922 (St. 240) in verband met de artikelen 16 en 125 van die wet;

- behandeling van de Wachtgeldregeling;

- uitvoering en toepassing van artikel 171 van de Grondwet;

- beheer van de bij de Staatsbegroting voor de onderscheidende kerkgenootschappen toegestane gelden.[2]

- herplaatsing van op wachtgeld en op wachtgeld-pensioen gestelde burgerlijke Rijksambtenaren en militairen en controle op de inkomsten van de wachtgelders.[3]

Relaties
Voorgangers
Naam Jaar van overgang Beschrijving
Afdeling Pensioenen (Financiën) 1922
Afdeling Erediensten (Financiën) 1922
Opvolgers
Naam Jaar van overgang Beschrijving
Administratie van de Generale Thesaurie (Financiën) 1934 De taken omtrent de erediensten zijn opgegaan / afgesplitst in de Generale Thesaurie.
Afdeling Pensioenen en Wachtgelden (BiZa) 1934
Bovenliggend niveau
Naam Periode Beschrijving
Ministerie van Financiën 1922 tot 1933
Beheer
Identificatiecode van de instelling
Nationaal Archief
Publicatiestatus
Definitief
Niveau van detaillering
Gedeeltelijk
URL (permalink)
https://hdl.handle.net/10648/b6d9d606-6f28-4945-a5ba-4db90d03161f
Bronnen

[1] F.J.M. Otten, Gids voor de archieven van de ministeries en de Hoge Colleges van Staat 1813-1940 (Den Haag 2004) 296.

[2] Staatsalmanak 1923.

[3] Staatsalmanak 1922.