Overzicht relaties

Hierarchisch bovenliggend
Voorgangers en opvolgers
Identiteit
Parallelle namen
Hoofdbestuur der Posterijen en Telegrafie
Staatsbedrijf der Posterijen, Telegrafie en Telefonie (PTT)
Beschrijving
Bestaansperiode
Begindatum
1893
Einddatum
1940
Geschiedenis

Vanaf 1877 viel de afdeling Posterijen en Telegrafie onder het Ministerie van Waterstaat, Handel en Nijverheid (WHN). In 1893 werden de taken van deze afdeling gedelegeerd naar het Hoofdbestuur der Posterijen en Telegrafie. Het Hoofdbestuur werd zelfstandig en kreeg een eigen directeur-generaal, maar bepaalde zaken bleven voorbehouden aan de minister. De Postwet uit 1850, de Telegraafwet van 1852 en de Telegraaf-en Telefoonwet van 1904 vormden lange tijd het wettelijk kader voor de uitvoering van de diensten omtrent posterijen en telegrafie.[1]

Ook bleef het Hoofdbestuur deel uit maken van de departementsbegroting van het Ministerie van Waterstaat, Handel en Nijverheid. Er was lange tijd wrijving tussen de Staten-Generaal en het Hoofdbestuur, omdat de Staten-Generaal geen inzicht had in de financiële positie van het bedrijf. Per 1 januari 1915 werd het Hoofdbestuur een Staatsbedrijf, maar door de aanhoudende bemoeienis van de minister en het parlement kon een bedrijfsmatige aanpak slecht ontwikkeld worden. Terwijl het bedrijf gebaat was met een financieel onafhankelijke positie.[2]

In de jaren 1923-1925 werden er verschillende commissies ingesteld om de bedrijfsvoering te verbeteren (commissie Nolting, tweede commissie Nolting, en commissie Royen). Deze commissies keken naar de functionering van de Algemene Dienst, de Technische Dienst en het Hoofdbestuur. De adviezen pleitte voor een zelfstandigere bedrijfsvoering, een andere begrotingsprocedure, en het bezit van eigen kasmiddelen. Het duurde echter lang voordat er verandering in het bedrijf kwam.[3]

Vanaf 1928 werd pas officieel de term ‘Telefonie’ aan de titel van het bedrijf toegevoegd.

De PTT kon vanaf 1928 een commerciële boekhouding gaan voeren door de invoering van de Comptabiliteitswet van 1927 en de Aanwijzingswet van 1928. Door deze ontwikkelingen werd de PTT officieel een Staatsbedrijf, omdat het vanaf 1929 eindelijk een eigen begroting kon voeren. De Postcheque- en Girodienst was in 1918 opgericht met een eigen directeur, maar was wel onderdeel van de PTT. Enkele ambtenaren op het departement bleven belast met de behandeling van de voorstellen van het Hoofdbestuur, totdat in 1933 de bemoeienis overging op het departement van Binnenlandse Zaken.[4]

Aan het begin van de jaren ’30 leed het bedrijf onder de economische depressie, waardoor er bezuinigingen doorgevoerd werden. Desalniettemin werd de commerciële ontwikkeling van de PTT voortgezet.[5]

 

Functies en activiteiten

Posterijen:

- reguleren van het postverkeer in Nederland;

- vervoeren van de brieven of dit uitbesteden aan derden (postvervoer naar de Nederlandse Koloniën via boot en vanaf 1920 ook met het vliegtuig;

- bepalen van de posttarieven;

- oprichten van postkantoren;

- dienstverlening op de postkantoren;

- en vertegenwoordigen van de posterijen op postcongressen georganiseerd door de Union Postale Universelle (UPU).

 

Op de postkantoren werden ook taken uitgevoerd voor andere ministeries, omdat het Rijk via de postkantoren de mensen in hun eigen woonwijken goed konden bereiken. Het ging om zaken, zoals:

- Uitbetalen van pensioenuitkeringen (1910-1926), verkrijgbaar stellen van pasmunten (vanaf 1910) en rijwielplaatjes (vanaf 1924) voor het Ministerie van Financiën.

- Uitbetalen van de invaliditeit-en ouderdomsuitkeringen, en informatieverstrekking, formulieruitgifte en inname voor het Ministerie van Arbeid en Rijksverzekeringsbank(vanaf 1913).

- Door de invoering van de Rijkspostspaarbank in 1881 konden burgers bij de loketten geld sparen en opnemen. Door de oprichting van de Postcheque- en Girodienst (PCGD) kwam deze dienst formeel bij de kantoren te liggen tot de centralisatie van de PCGD in circa 1923/1924.[6]

 

Telegrafie en Telefonie:

- de aanleg en exploitatie van telegraaflijnen;

- en concessies verlenen voor particuliere aanleg en exploitatie van telegraafnetten.[7]

- de exploitatie van de interlokale telefonie;

- vanaf 1904 concessies verlenen voor aanleg en exploitatie van telefoonnetten. Voorheen was dit in handen van de gemeentebesturen. Het rijk kreeg regelbevoegdheid bij de concessie;

- overnamen van particuliere telefoonnetten (voltooid in 1927 op de gemeente Amsterdam, Rotterdam en Arnhem na);

- radio-omroep en radiodistributie vanaf 1920.[8]

 

 

Relaties
Voorgangers
Naam Jaar van overgang Beschrijving
Afdeling Posterijen (WHN) 1893
Bovenliggend niveau
Naam Periode Beschrijving
Ministerie van Waterstaat, Handel en Nijverheid 1893 tot 1905
Ministerie van Waterstaat 1906 tot 1933
Ministerie van Binnenlandse Zaken 1932-1940 1932 tot 1940
Beheer
Identificatiecode van de instelling
Nationaal Archief
Publicatiestatus
Definitief
Niveau van detaillering
Gedeeltelijk
URL (permalink)
https://hdl.handle.net/10648/f98abc09-1c77-4d71-a3ee-31c36f82f57d
Bronnen

[1] F.J.M. Otten, Gids voor de archieven van de ministeries en de Hoge Colleges van Staat 1813-1940 (Den Haag 2004), 448, 455 en 464 en R. Kramer, ‘Beschrijving van het archief. Archiefvorming. Geschiedenis van het Hoofdbestuur der Posterijen en Telegrafie, 1893-1926. Taken’, Hoofdbestuur Posterijen en Telegrafie [periode 1893-1926] 2.16.21 (Den Haag 1985).

[2] R. Kramer, ‘Beschrijving van het archief. Archiefvorming. Geschiedenis van het Hoofdbestuur der Posterijen en Telegrafie, 1893-1926. De situatie voor 1893’ en ‘Het hoofdbestuur in relatie tot ministerie en parlement’, Hoofdbestuur Posterijen en Telegrafie [periode 1893-1926] 2.16.21 (Den Haag 1985).

[3] KPN Research ITS, ‘Beschrijving van het archief. Archiefvorming. Ontstaansgeschiedenis van het Hoofdbestuur der Posterijen en Telegrafie’, Staatsbedrijf der Posterijen, Telegrafie en Telefonie (PTT): Hoofdbestuur, (1893) 1927-1939 (1953) (Den Haag 1996).

[4]  Otten, Gids voor de archieven, 449.

[5] KPN Research ITS, ‘Beschrijving van het archief. Archiefvorming. Ontstaansgeschiedenis van het Hoofdbestuur der Posterijen en Telegrafie’, Staatsbedrijf der Posterijen, Telegrafie en Telefonie (PTT): Hoofdbestuur, (1893) 1927-1939 (1953) (Den Haag 1996).

[6] R. Kramer, ‘Beschrijving van het archief. Archiefvorming. Geschiedenis van het Hoofdbestuur der Posterijen en Telegrafie, 1893-1926. Taken’, Hoofdbestuur Posterijen en Telegrafie [periode 1893-1926] 2.16.21 (Den Haag 1985).

[7] Idem.

[8] F.J.M. Otten, Gids voor de archieven van de ministeries en de Hoge Colleges van Staat 1813-1940 (Den Haag 2004) 455.