Identiteit
Parallelle namen
Zesde Afdeling Nijverheid
Beschrijving
Bestaansperiode
Begindatum
1846-01-01
Einddatum
1853-12-31
Geschiedenis

De bestaansperiode van de 6e Afdeling Nijverheid was van januari 1846 – december 1853.

De nijverheid viel echter voor de periode oktober 1849 tot september 1850 onder de Afdeling Generaal Secretariaat als ‘bureau nijverheid’. In oktober 1850 werd de afdeling weer actief. Met ingang van 1 januari 1846 kreeg de afdeling Nijverheid het toezicht over de middelen van vervoer, zoals postwagens, diligences en trekschui­ten. Deze taak was in 1824 afgestaan aan Financiën, maar kwam weer terug bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken.[1]

Het takenpakket werd verder uitgebreid op 7 maart 1852 toen de uitvoering van de nieuwe dienst van de Rijkstelegraaf werd opgedragen aan de afdeling. Nijverheid was verantwoordelijk voor het financieel beheer dat werd uitgevoerd door een referendaris. De technische uitvoering werd in handen gelegd van de Commissie voor de zaken van de Rijkstelegraaf.[2]

 

Handel en nijverheid

Op het gebied van handel en nijverheid traden er in het midden van de negentiende eeuw

veranderingen op. De bemoeienis van het Rijk met het economisch leven werd tot het strikt noodzakelijke geslonken. In binnenlandse aangelegenheden gold het beginsel van `laissez-faire' en internationaal domineerde het streven naar vrijhandel. Typerend in dit verband is de reactie van koning Willem III op een verzoek van de ministers Thorbecke en Van Bosse in maart 1851 om verlof voor een bezoek aan de nijverheidstentoonstelling in Londen: de Koning zag niet in welk nut uit de reis kon voortvloeien gezien 'het tegenwoordig volgen van het beginsel, om industrie en handel te laten begaan, en niet meer regtstreeks invloed daarop uit te oefenen'.[3]

Functies en activiteiten

De afdeling Nijverheid had taken omtrent:

- fabrieken en trafieken;

- de toezicht op de plaatsing van stoomtoestellen en de oprichting en wijze van inrichting van bedrijven die gevaar, schade of hinder konden veroorzaken;

- toestemming geven voor het gebruik van stoomtoestellen;

- toezicht op naamloze vennootschappen;

- toezicht op de mijnen;

- toezicht op markten en marktprijzen;

- commissies van landbouw, veeartsen, visserijen;

- tentoonstellingen over de nijverheid;

- toezicht over openbare middelen van vervoer;

- uitvoeren van de dienst van de rijkstelegraaf (vanaf maart 1852).[4]

Relaties
Voorgangers
Naam Jaar van overgang Beschrijving
9e Afdeling Nijverheid (BiZa) 1846-01-01
10e Afdeling Posterijen (Financiën) 1846 Alle taken omtrent het toezicht over de postwagens, diligences, stoomboten, veerschepen, schuiten en verdere van middelen van vervoer is opgegaan / afgesplitst in de 6e Afdeling Nijverheid.
Afdeling Generaal Secretariaat (BiZa) 1849-10-01 tot 1850-09-01 De nijverheidstaken bevonden zich voor een korte periode bij de Afdeling Generaal Secretariaat.
Opvolgers
Naam Jaar van overgang Beschrijving
6e Afdeling Nijverheid en Telegrafie (BiZa) 1854
Bovenliggend niveau
Naam Periode Beschrijving
Ministerie van Binnenlandse Zaken 1846 tot 1853
Beheer
Identificatiecode van de instelling
Nationaal Archief
Publicatiestatus
Definitief
Niveau van detaillering
Gedeeltelijk
URL (permalink)
https://hdl.handle.net/10648/66357ccc-ee2d-4cad-8531-4b3798f51083
Bronnen

[1] F.J.M. Otten, Gids voor de archieven van de ministeries en de Hoge Colleges van Staat 1813-1940 (Den Haag 2004) 162 en 167.

[2] Otten, Gids voor de archieven, 162 en R. Kramer, ‘Beschrijving van het archief. Archiefvorming. Geschiedenis van de archiefvormer.’ Inventaris van het archief van het Ministerie van Binnenlandse Zaken: Afdeling Telegrafie en Hoofdbestuur van de Telegrafie en voorgangers,1852-1869 2.04.23.03 (Den Haag 1986).

[3] Otten, Gids voor de archieven, 253.

[4] Otten, Gids voor de archieven, 162, 167 en 258, R. Kramer, ‘Beschrijving van het archief. Samenvatting van de inhoud van het archief’, Inventaris van het archief van het Ministerie van Binnenlandse Zaken: Afdeling Nijverheid en voorgangers, 1817-1877 2.04.23.01 (Nationaal Archief 1986) en R. Kramer, ‘Beschrijving van het archief. Archiefvorming. Geschiedenis van de archiefvormer. Nijverheid’, Inventaris van het archief van het Ministerie van Binnenlandse Zaken: Afdeling Nijverheid en voorgangers, 1817-1877 2.04.23.01 (Nationaal Archief 1986).