Identiteit
Parallelle namen
Afdeling Armwezen en Gevangenissen
Beschrijving
Bestaansperiode
Begindatum
ca. 1823-10-01
Einddatum
1826-03-01
Geschiedenis

De Afdeling D Armwezen en Gevangenissen werd opgericht in oktober 1823. Daarvoor ressorteerde het armwezen onder de Afdeling Armwezen en Onderstand. Beleid en uitvoering rondom de gevangenissen viel in de regel eigenlijk onder Justitie, maar in de periode 1823 tot 1842 onder Binnenlandse Zaken.

 

Het Armwezen

De feitelijke uitvoering van de armenzorg lag bij de plaatselijke kerkbesturen en in mindere mate bij armbesturen opgericht door burgers. Willem I vond dat de armenzorg slecht geregeld was, omdat er geen algemeen plan bestond. Wel waren er landelijke regels over de aan –en verkoop en de ruil voor ontroerende goederen, het aanvaarden van legaten en giften door instellingen van weldadigheid. Hiervoor was namelijk toestemming vereist van de centrale overheid. Vanaf 1815 verscheen een jaarlijks verslag over het armwezen.

Een zaak die veel aandacht opeiste was de kwestie van het domicilie van onderstand. In 1818 werd besloten dat bedeelden een uitkering konden krijgen in hun geboorteplaats of in de gemeente waarin ze vier jaar achtereen hadden gewoond. Deze regeling leidde tot talloze geschillen tussen gemeenten en tot het heen en weer afschuiven van armen. Het Rijk verleende armen onderstand in geld of natura. Wezen, bejaarden en bedelaars werden opgenomen in gestichten waar ze werk kregen in speciale richtingen. Vanaf 1822 konden bedelaars, weeskinderen of behoeftige huisgezinnen opgenomen worden in koloniën van de Maatschappij van Weldadigheid.[1]

De zorg voor krankzinnigen werd beschouwd als onderdeel van de armenzorg. Al vrij vroeg in de negentiende eeuw ging het Rijk over tot ondersteuning van armlastige krankzinnigen in de vorm van rijks­bijdragen aan gemeenten in de kosten van verpleging. Het toezicht op de gestichten was in 1818 opgedragen aan Gedeputeerde Staten. Voor oprichting van gestichten was toestem­ming nodig van de Kroon. Voor kwesties als uitbrei­ding, verbou­wing en reorganisa­tie vroegen de gestichten toestemming aan Binnenlandse Zaken. Voor patiënten die voor rijksrekening werden verpleegd, sloot Binnenlandse Zaken contracten af met bestaande gestichten.[2]

 

Gevangenissen

Het toezicht van de gevangenissen had te maken met het gevangeniswezen, de Rijkstucht -en opvoedingswezen en reclassering. In 1821 kwam er een nieuwe organisatie tot stand die de basis ging vormen van het gevangeniswezen. In de gevangenis werd een onderscheid gemaakt voor gedetineerden die een lange straf uitzaten (huizen van correctie, - van reclusie en tuchtiging, - van militaire detentie) en gedetineerden die een korte straf uitzaten (huizen van bewaring, - van arrest, - van justitie, provoosthuizen). In de eerste helft van de negentiende eeuw was gemeenschappelijk opsluiting de praktijk.[3]

Functies en activiteiten

De Afdeling D Armwezen en Gevangenissen had taken omtrent:

- de zorg voor de gevangenis­gebouwen en het daarin werkzame personeel;

- de verzorging van de gedetineerden, hun overplaatsing en selectie;

- het vak onderricht en de arbeid in de gestichten.[4]

- regelen van het armbestuur;

- een jaarlijks verslag schrijven over het armwezen;

- zaken betreffende de leenbanken;

- zaken omtrent de opname en verzorging van krankzinnigen in gestichten;

- bijdragen aan de gemeentelijke kosten van verpleging van arme krankzinnigen;

- toestemming geven voor het oprichten van gestichten.[5]

Structuur

De afdeling werd in 1826 gesplitst in een aparte afdeling armwezen en gevangeniswezen.

Relaties
Bovenliggend niveau
Naam Periode Beschrijving
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Waterstaat 1823 tot 1824
Ministerie van Binnenlandse Zaken, Onderwijs en Waterstaat 1824 tot 1825
Ministerie van Binnenlandse Zaken 1825 tot 1826
Voorgangers
Naam Jaar van overgang Beschrijving
Afdeling Armwezen en Onderstand (BiZa, BiZW) 1823-10-01
Opvolgers
Naam Jaar van overgang Beschrijving
Afdeling D Gevangenissen (BiZa) 1826-04-01
Afdeling H Armwezen (BiZa) 1826-04-01
Beheer
Identificatiecode van de instelling
Nationaal Archief
Publicatiestatus
Definitief
Niveau van detaillering
Gedeeltelijk
URL (permalink)
https://hdl.handle.net/10648/20e0b94c-bb85-4a2f-8f37-215776c5e686
Bronnen

[1] F.J.M. Otten, Gids voor de archieven van de ministeries en de Hoge Colleges van Staat 1813-1940 (Den Haag 2004) 171.

[2] Ibidem, 172.

[3] Ibidem, 327.

[4] Ibidem, 327.

[5] Ibidem, 171 en 172.