Overzicht relaties

Hierarchisch bovenliggend
Voorgangers en opvolgers
Identiteit
Andere namen
OM
Beschrijving
Afbeeldingen
Bestaansperiode
Begindatum
1813
Geschiedenis

In 1811 voerde Napoleon Bonaparte in Nederland een rechterlijke organisatie naar Frans model in. Hierin was een plek ingeruimd voor onafhankelijke rechters en een zelfstandig opererend orgaan dat het belang van de keizerlijke overheid behartigde, Le Ministère Public. Twee jaar later werd Nederland onafhankelijk, maar de Franse wetgeving en rechterlijke organisatie bleef gehandhaafd. Het Ministère Public werd omgezet in het Nederlandse Openbaar Ministerie. 

 

Waar het Openbaar Ministerie tegenwoordig alleen strafzaken kan aanbrengen bij de rechter, had de organisatie vroeger meer taken. Zo kon het ook optreden bij civiele rechtszaken en was het namens de minister ook belast met het toezicht houden op de gerechten. Dit gebeurde onder leiding van de Officier van Justitie, die lange tijd opereerde als klassieke magistraat. De zaken werden puur vanuit een juridische invalshoek bekeken. Dat veranderde allemaal sterk in de tweede helft van de twintigste eeuw. Door de veranderingen in de samenleving na de oorlog, met name de roerige jaren zestig, de groei van de criminaliteit en de toenemende welvaart, veranderde ook de positie van politie en justitie. Ook het OM werd gedwongen om zich te bezinnen op haar rol in de samenleving. Dit gebeurde op verschillende manieren.

 

Ten eerste werd er meer aansluiting gezocht bij die samenleving. Het driehoeksoverleg werd in iedere gemeente of regio ingesteld. Dit overleg tussen burgemeester, politie en Hoofdofficier van justitie is nog steeds een belangrijk periodiek overleg voor de handhaving van de orde en bepaling van het lokale beleid.

 

De explosieve groei van de criminaliteit die begon in de jaren zeventig, bracht een tweede omwenteling van het Openbaar Ministerie. Die betrof niet de werklast, maar de steeds sterker wordende ambitie om beleid te gaan ontwikkelen. Allereerst op het terrein van strafvordering maar ook in de prioriteitsstelling. Een meer positieve interpretatie van het opportuniteitsbeginsel – het principe dat de Officier van Justitie zelf kan beslissen om een strafbaar feit niet te vervolgen omdat dat niet in dienst van het algemeen belang is – was daar de aanleiding voor. Minder zaken werden voor de rechter gebracht. Er kwam meer landelijke uniformiteit in het beleid, vooral na de instelling van het Parket-Generaal in de jaren negentig.

 

De derde omwenteling was het plan Strafrecht met beleid uit de jaren tachtig. Nu kreeg de uitvoering van het beleid dat in de periode daarvoor gevormd was meer aandacht. Het werd gekoppeld aan concrete en meetbare doelen. Een gevolg hiervan was dat de administratie en organisatie anders werden ingericht. Het COMPAS-project werd opgestart en met de inwerkingtreding van dat systeem kwam er meer inzicht in statistieken met betrekking tot strafzaken. Deze omwenteling ging niet zonder slag of stoot. De arrondissementsparketten moesten er hun organisatie anders voor inrichten.

 

Tot 1 januari 1995 voerden de vijf Procureurs-Generaal (PG’s), de hoofden van de ressortsparketten, gezamenlijk overleg in de Vergadering van Procureurs-generaal onder voorzitterschap van de minister van Justitie over het te voeren beleid. De vijf procureurs-generaal werden aangestuurd door de minister van Justitie en hadden ieder in hun eigen ressort de leiding over de arrondissementen. Elk arrondissementsparket had aan het hoofd een hoofdofficier van justitie aan wie de leden van het parket ondergeschikt waren.

 

Per 1 januari 1995 werd het College van Procureurs-generaal ingesteld, vooruitlopend op de verdere reorganisatie van het OM die plaatsvond in de periode 1995-1999. De instelling van het College zorgde voor meer landelijk uniform beleid en de PG’s kregen in hun eigen ressort minder te zeggen. De rol van de arrondissementen werd juist sterker. De arrondissementsparketten konden meer zaken zelf bepalen en groeiden in omvang. Deze groei en de overdracht van de beheersbevoegdheden naar het niveau van het arrondissement zorgden voor een verdere versterking van de rol van Hoofdofficier.

Functies en activiteiten

Het OM is de enige instantie in Nederland die verdachten voor de strafrechter kan brengen. Het OM zorgt ervoor dat strafbare feiten worden opgespoord en vervolgd. Daarvoor wordt samengewerkt met politie en andere opsporingsdiensten. De officier van justitie leidt het opsporingsonderzoek. Het OM heeft ook de taak om te zorgen dat het vonnis van de rechter wordt uitgevoerd; boetes moeten worden betaald, gevangenisstraffen uitgezeten en taakstraffen goed uitgevoerd. Samen met de rechters is het OM onderdeel van de rechterlijke macht. Het OM is dus geen ministerie in de gebruikelijke zin van het woord.

Structuur

Vanaf halverwege de jaren '90 van de twintigste eeuw is de organisatie van het OM meermaals gewijzigd. Waar de organisatie eerst bestond uit negentien arrondissementsparketten, één landelijk parket, vijf ressortspakketten en het Parket-Generaal, is dit met diverse reorganisaties een stuk ingedikt. 

 

De structuur die in de tweede helft van de jaren negentig was ontstaan kreeg met de inwerkingtreding van de wet reorganisatie OM per 1 juni 1999 een wettelijke basis. Sindsdien berust de leiding van het OM (ook formeel) bij het op het Parket-Generaal werkzame College van Procureurs-Generaal.

 

Arrondissementsparketten
Hieronder vallen sinds een fusieronde per 1 januari 2013 nog tien arrondissementsparketten in plaats van negentien. Deze arrondissementen kunnen wel meerdere zittings- en vestigingsplaatsen hebben.

1. Amsterdam (vestigings- en zittingsplaats: Amsterdam)
2. Den Haag (vestigingsplaats: Den Haag, zittingsplaatsen: Den Haag, Gouda en Leiden)
3. Limburg (vestigingsplaats: Maastricht, zittingsplaatsen: Maastricht en Roermond)
4. Midden-Nederland (vestigingsplaats: Utrecht, zittingsplaatsen: Almere, Amersfoort, Lelystad en Utrecht)
5. Noord-Holland (vestigingsplaats: Haarlem , zittingsplaatsen: Alkmaar, Haarlem, Haarlemmermeer en Zaanstad)
6. Noord-Nederland (vestigingsplaats: Groningen, zittingsplaatsen: Assen, Groningen en Leeuwarden)
7. Oost-Brabant (vestigingsplaats: 's-Hertogenbosch, zittingsplaatsen: Eindhoven en 's-Hertogenbosch)
8. Oost-Nederland (vestigingsplaats: Arnhem, zittingsplaatsen: Almelo, Apeldoorn, Arnhem, Enschede, Nijmegen, Zutphen en Zwolle)
9. Rotterdam (vestigingsplaats: Rotterdam, zittingsplaatsen: Dordrecht en Rotterdam)
10. Zeeland-West-Brabant (vestigingsplaats: Breda,  zittingsplaatsen: Bergen op Zoom, Breda, Middelburg en Tilburg)

 

Elk van de arrondissementsparketten staat onder leiding van ene hoofdofficier van justitie. Op elk parket werken officieren van justitie. Zij vertegenwoordigen het OM bij de arrondissementsrechtbank. De officieren van justitie worden ondersteund door OM-medewerkers. Sommige zaken, zoals verkeersovertredingen en lichte misdrijven, handelen de medewerkers zelf af. Daarnaast doen ze voorbereidend werk voor de officier in zwaardere zaken.

 

Ressortsparket
Als een veroordeelde of een officier van justitie het niet eens is met het vonnis van de rechtbank, kan hij in hoger beroep gaan bij een van de vier gerechtshoven. De belangrijkste taak van het Ressortsparket is het behandelen van strafzaken in hoger beroep. Het Ressortsparket behandelt de zaak helemaal opnieuw. 

 

Aan de gerechtshoven is een vestiging van het Ressortsparket gekoppeld. Het Ressortsparket is een landelijke organisatie met vier vestigingen in Nederland: Amsterdam, Arnhem-Leeuwarden, Den Haag en ’s-Hertogenbosch. Aan het hoofd van het Ressortsparket staat een landelijke hoofdadvocaat-generaal. Aan het hoofd van elke vestiging staat een hoofdadvocaat-generaal. Vertegenwoordigers van het Ressortsparket die optreden in de rechtszaal zijn geen officier van justitie maar advocaat-generaal.

 

Landelijk Parket
Naast de arrondissementsparketten en het Ressortsparket zijn er nog twee landelijke parketten: het Landelijk Parket en het Functioneel Parket. Deze parketten zijn niet gekoppeld aan een vaste rechtbank of gerechtshof.

 

Het Landelijk Parket houdt zich bezig met de aanpak van internationale vormen van georganiseerde misdaad, ondermijnende criminaliteit - die maatschappelijke structuren of het vertrouwen daarin schaadt - en de coördinatie van de aanpak van zaken als terrorisme en mensensmokkel. Het Landelijk Parket houdt zich dus bezig met zware criminaliteit die de grens van een arrondissement of ressort overschrijdt. Het Landelijk Parket voert het gezag over de dienst Nationale Recherche van de Nationale Politie, landelijke eenheid, die deze vormen van criminaliteit onderzoekt.

 

Functioneel Parket
Het Functioneel Parket is belast met de bestrijding van fraude en milieucriminaliteit en behandelt de complexe ontnemingszaken. Het afpakken van crimineel geld is een belangrijk onderdeel van de strijd tegen de georganiseerde misdaad en de kleinere, veelvoorkomende criminaliteit. 

 

Parket CVOM
Parket Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (Parket CVOM) behandelt landelijk vrijwel alle verkeerszaken. Alle weggebruikers die onder invloed van alcohol zijn, flink te hard rijden of rijden zonder rijbevoegdheid, krijgen met dit parket te maken. Wie het niet eens is met een verkeersboete, gaat bij Parket CVOM in beroep.

 

Parket CVOM maakt landelijk afspraken met de politie over de verkeershandhaving op de weg. Prioriteiten zijn: snelheid, alcohol, rood licht, afleiding en veelplegers in het verkeer. Als OM-expertisecentrum op het gebied van weg, water, lucht en spoor toetst het parket nieuwe wet- en regelgeving op handhaafbaarheid en is het betrokken bij verschillende OM-aanwijzingen en richtlijnen.

 

DVOM
De Dienstverleningsorganisatie OM (DVOM) verricht, als ­shared service organisatie, de uitvoerende bedrijfsvoeringstaken voor het OM (alle arrondissementsparketten, het Ressortsparket en landelijke OM-onderdelen). Het gaat hierbij om producten en diensten op de terreinen Personeel, Financiën, Informatiebeheer en Facilitair Beheer.

 

De Rijksrecherche
De Rijksrecherche is een opsporingsdienst met een speciale taak. De Rijksrecherche wordt ingeschakeld als het handelen van de overheid in het geding is. Bijvoorbeeld als het vermoeden bestaat dat ambtenaren strafbare feiten hebben gepleegd. Het kan dan gaan om politiemensen, personeel van het OM, maar ook om ambtenaren van gemeenten, provincies of het rijk. De Rijksrecherche doet bijvoorbeeld onderzoek naar zaken als het plegen van fraude door ambtenaren en omkoping. Daarnaast wordt de Rijksrecherche altijd ingeschakeld als er gewonden of doden zijn gevallen na vuurwapengebruik door de politie. Ook als gevangenen zijn overleden in de cel, is het de Rijksrecherche die een onderzoek instelt.

Relaties
Associatieve relaties
Naam Periode Beschrijving
Commissie Dossier J.A. Poch 2019-12-09 tot 2021-03-01 Het Openbaar Ministerie verleent de commissie de verlangde medewerking en toegang tot alle informatie die de commissie nodig acht
Bovenliggend niveau
Naam Periode Beschrijving
Ministerie van Justitie en Veiligheid 2010
Ministerie van Justitie II 1942 tot 2010
Ministerie van Justitie 1815 tot 1940
Onderliggend niveau
Naam Periode Beschrijving
Rijksrecherche (OM) 1975 tot 1995
College van Procureurs-Generaal (OM) 1995
Arrondissementsparket (OM) 1813 tot 1995
Ressortsparket (OM) 1876 tot 1995
Dienstverleningsorganisatie Openbaar Ministerie
Functioneel Parket (OM) tot 1995
Landelijk Parket (OM) tot 1995
Beheer
Identificatiecode van de instelling
Doc-Direkt
Publicatiestatus
Definitief
Niveau van detaillering
Gedeeltelijk
URL (permalink)
https://hdl.handle.net/10648/ac3ff28f-62ea-4cef-9e69-c2f5af90994e
Bronnen

Historie van het OM | Organisatie van het OM | Openbaar Ministerie (www.om.nl/organisatie/openbaar-ministerie/historie)

Arrondissementsparketten, Ressortsparketten en landelijke onderdelen | Opportuun (https://magazines.openbaarministerie.nl/opportuun/2017/01/om-onderdelen)

Staatsblad van 27-05-1999, nr. 194

Staatsalmanakken