Beschrijving
Bestaansperiode
Begindatum
1923
Einddatum
1931
Geschiedenis

Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Landbouw werd opgericht in 1923. De landbouw (inclusief Staatsbosbeheer) en visserij kwamen af van het opgeheven ministerie van Landbouw, Nijverheid en Handel. Dit stuitte op veel protesten van landbouworganisaties. De nu volgende periode was voor het landbouwbeleid minder gunstig. Minister Ch.J.M. Ruijs de Beerenbrouck streefde namelijk naar minder overheidsbemoeienis met de landbouwsector. Ook bleef de post van directeur-generaal geruime tijd onvervuld. In mei 1932 werd de zorg voor landbouw en visserij overgebracht naar het Ministerie van Economische Zaken en Arbeid.[1]

 

 

Functies en activiteiten

Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Landbouw had taken omtrent het binnenlands bestuur, de armenzorg, landbouw, jacht, visserij en de statistiek.[2]

 

 

Relaties
Voorgangers
Naam Jaar van overgang Beschrijving
Ministerie van Binnenlandse Zaken 1923
Ministerie van Landbouw, Nijverheid en Handel 1922-11-17 De Directie van de Landbouw en de afdeling Visserijen zijn verhuisd naar het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Landbouw.
Opvolgers
Naam Jaar van overgang Beschrijving
Ministerie van Binnenlandse Zaken 1932-1940 1932
Ministerie van Economische Zaken en Arbeid 1932 Alle taken omtrent de landbouw, visserij en statistiek zijn opgegaan / afgesplitst in het Ministerie van Economische Zaken en Arbeid.
Onderliggend niveau
Naam Periode Beschrijving
Afdeling Algemeen Secretariaat en Comptabiliteit (BiZa, BiZL, BiZa) 1923 tot 1931
Afdeling Binnenlands Bestuur (BiZa, BiZL, BiZa) 1923 tot 1931
Afdeling Armwezen (BiZa, BiZL, BiZa) 1923 tot 1931
Directie van de Landbouw (BiZL) 1923 tot 1932
Afdeling Visserijen (BiZL) 1923 tot 1932
Beheer
Identificatiecode van de instelling
Nationaal Archief
Publicatiestatus
Definitief
Niveau van detaillering
Gedeeltelijk
URL (permalink)
https://hdl.handle.net/10648/a1d3fbe7-94a7-4152-af5b-6f32d9376909
Bronnen

[1] F.J.M. Otten, Gids voor de archieven van de ministeries en de Hoge Colleges van Staat 1813-1940 (Den Haag 2004) 164 en 383.

[2] Ibidem, 168.