Overzicht relaties

Hierarchisch bovenliggend
Voorgangers en opvolgers
Beschrijving
Bestaansperiode
Begindatum
1843
Einddatum
1928
Geschiedenis

In 1843 werd de Generale Directie van Oorlog opgewaardeerd tot het Ministerie van Oorlog. Het departementshoofd kreeg de rang en titel van minister toegekend.

            Na de afscheiding van België schikte Nederland zich in de rol van kleine mogendheid. Tot 1940 berustte het Nederlandse veiligheidsbeleid op de beginselen van afzijdigheid en neutraliteit. Dit betekende voor de defensie-opzet een verdediging ‘naar alle windstreken' met de nadruk op het belang van vestingen en linies. Het neutraliteitsbeginsel betekende dat het land op eigen kracht, zonder steun van bondgenoten, de defensie organiseerde. Wel rekende men erop dat het land ingeval van een aanval van één van de (toenmalige) grote mogendheden zou kunnen rekenen op de steun van de andere. Daarbij oriënteerde men zich in het bijzonder op Engeland, vanouds gezien als de hoeder van het machtsevenwicht in Europa.[1]

            De minister van Oorlog werd bijgestaan door een belangrijk adviesorgaan: het Comité van Defensie. Het orgaan ging adviseren over ‘alle zaken 's Rijks verdediging betreffend of daarmee in verband staande, welke hij daaraan ter overweging zal onderwerpen'.[2] Met name slepende kwesties als de rol van het vestingstelsel bij de landsverdediging en de opzet van de kustverdediging werden aan het Comité voorgelegd. Het Comité fungeerde tot 1868. Vanaf dat jaar speelde de op een nieuwe leest geschoeide Generale Staf een steeds belangrijkere rol bij de voorbereiding van de landsverdediging.[3]

           Per 1 januari 1850 werden alle afdelingen (met de bestaansperiode juli 1841– 21 augustus 1849) omgezet in bureaus. Er kwamen twee nieuwe bureaus bij: het Topografisch Bureau en het Bureau van de Inspecteur-Generaal van de Geneeskundige Dienst (beiden tot 1868). In 1878 vond er een reorganisatie plaats. Er kwamen nu acht afdelingen. De secretaris-generaal was hoofd van de afdeling Secretariaat, de andere afdelingen zouden worden geleid door respectievelijk de chef Generale Staf en de inspecteurs of chefs van de desbetreffende wapens of dienstvakken. Al deze functionarissen  bleven tevens belast met de leiding van hun wapen of dienstvak.[4]

        Al snel bleek deze combinatie van functies weinig gelukkig. In 1880 werd daaraan dan ook een eind gemaakt. Per 1 mei van dat jaar kreeg Oorlog weer een ‘meer gewone inrichting' van het departement. Er kwamen nu zes, later in het jaar zeven afdelingen: Secretariaat, Generale Staf, Personeel, Artillerie, Genie, Intendance, Militie en Schutterij. Daarnaast fungeerde een bureau Secretarie, indices en archieven, waarin onder meer het Kabinet was ondergebracht.[5]

Functies en activiteiten

Het Commissariaat-Generaal van Oorlog had taken omtrent: defensie te land, legervorming, legerorganisatie, vestigingsstelsel, mobilisatievoorbereiding, in uitzonderlijke gevallen verstoringen van de openbare orde onderdrukken en militaire luchtvaart.[6]

 

Relaties
Voorgangers
Naam Jaar van overgang Beschrijving
Generale Directie van Oorlog 1843
Opvolgers
Naam Jaar van overgang Beschrijving
Ministerie van Defensie 1928-09-01
Associatieve relaties
Naam Periode Beschrijving
Commissie voor de Contrôle van Radio-uitzendingen in Oorlogstijd
Onderliggend niveau
Naam Periode Beschrijving
Afdeling Secretariaat (GDO, Oorlog) 1841 tot 1849-08-21
Afdeling Personeel (GDO, Oorlog) 1843 tot 1849-08-21
Afdeling Artillerie (GDO, Oorlog) 1843 tot 1849-08-21
Afdeling Genie (GDO, Oorlog) 1841 tot 1849-08-21
Afdeling Administratie (GDO, Oorlog) 1841 tot 1849-08-21
Bureau Secretariaat (Oorlog) 1849-08-22 tot 1878-04-30
Bureau Personeel en Militaire Zaken (Oorlog) 1849-08-22 tot 1878-04-30
Bureau van de Artillerie (Oorlog) 1849-08-22 tot 1878-04-30
Bureau van de Genie (Oorlog) 1849-08-22 tot 1878-04-30
Bureau van de Militaire Administratie (Oorlog) 1849-08-22 tot 1878-04-30
Topografisch Bureau (Oorlog) 1849-08-22 tot 1868
Bureau van de Geneeskundige Dienst (Oorlog) 1849-08-22 tot 1868
1e Afdeling Secretariaat (Oorlog) 1878-05-01 tot 1913
2e Afdeling Generale Staf (Oorlog) 1878-05-01 tot 1928
3e Afdeling Infanterie (Oorlog) 1878-05-01 tot 1880
4e Afdeling Artillerie (Oorlog) 1878-05-01 tot 1928
5e Afdeling Cavalerie (Oorlog) 1878-05-01 tot 1880
6e Afdeling Genie (Oorlog) 1878-05-01 tot 1880
7e Afdeling Geneeskundige Dienst (Oorlog) 1878-05-01 tot 1880
8e Afdeling Intendance (Oorlog) 1878-05-01 tot 1880
1e Afdeling Kabinet van de Minister (Oorlog) 1913 tot 1928
3e Afdeling Personeel (Oorlog) 1880 tot 1928
5e Afdeling Genie (Oorlog) 1880 tot 1928
6e Afdeling Intendance (Oorlog) 1880 tot 1928
8e Afdeling Militaire Administratie (Oorlog) 1898 tot 1923
7e Afdeling Militie en Schutterij (Oorlog) 1880 tot 1907
7e Afdeling Militie en Landweer (Oorlog) 1907 tot 1914
7e Afdeling Dienstplicht (Oorlog) 1843 tot 1928
Bureau Secretarie, Indices en Archieven (Oorlog) 1880 tot 1913
Bureau Secretarie, Expeditie, Indices en Archieven (Oorlog) 1913 tot 1928
Bibliotheek (Oorlog) 1892 tot 1928
8e Afdeling Comptabiliteit (Oorlog) 1895 tot 1898
9e Afdeling Comptabiliteit (Oorlog) 1903 tot 1923
8e Afdeling Comptabiliteit (Oorlog) 1923 tot 1928
Beheer
Identificatiecode van de instelling
Nationaal Archief
Publicatiestatus
Definitief
Niveau van detaillering
Gedeeltelijk
URL (permalink)
https://hdl.handle.net/10648/1cd29343-e2e0-4d97-8c12-e300dd96721a
Bronnen

[1] F.J.M. Otten, Gids voor de archieven van de ministeries en de Hoge Colleges van Staat 1813-1940 (Den Haag 2004), 227.

[2] Ibidem, 224.

[3] Ibidem, 222-223.

[4] Ibidem, 224.

[5] Ibidem, 224.

[6] Ibidem, 227-230.